Uitbreiding spreekrecht

7 december 2014

Brief van de voorzitter van de FNG aan de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie.

 

Als voorzitter van de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG),de overkoepelende organisatie van de drie lotgenotenorganisaties Aandacht Doet Spreken (ADS), Vereniging Ouders van een Vermoord Kind (VOVK) en Vereniging van Veiligheid, Respect en Solidariteit (VVRS), wil ik graag een misverstand uit de weg helpen.

 

In de memorie van toelichting van het wetsvoorstel Uitbreiding Spreekrecht wordt de volgende alinea weergegeven:

 

Desgevraagd zijn adviezen ontvangen van de Raad voor de rechtspraak (RvdR), de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, het College van procureurs-generaal, de Nederlandse Orde van Advocaten, het Korps Nationale Politie, Slachtofferhulp Nederland, Fonds slachtofferhulp en het Schadefonds geweldsmisdrijven. In het kader van internetconsultatie zijn 10 reacties ontvangen, die evenwel niet tot aanpassing van het wetsvoorstel of de toelichting hebben geleid. Het merendeel van de internetreacties was afkomstig van particulieren die konden instemmen met het wetsvoorstel. Ook de Vereniging Ouders van een Vermoord Kind liet weten dat zij met het wetsvoorstel kon instemmen.

Uit de adviezen bleek met uitzondering van Slachtofferhulp Nederland en de hiervoor genoemde Vereniging die het adviesrecht voluit steunen, dat het voorgestelde adviesrecht werd afgewezen, zij het om uiteenlopende redenen.

 

Het wetsvoorstel over de verbetering van het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden is in het najaar van 2013 in consultatie gegaan. De VOVK heeft op 14 november 2013 van de gelegenheid gebruik gemaakt om haar standpunt kenbaar te maken. Het standpunt luidde dat de VOVK de aanvulling van het spreekrecht middels adviesrecht, steunde. Snel daarna heeft het bestuur van de VOVK met diverse partijen nadere gesprekken gevoerd en werd geconcludeerd dat de uitoefening van het adviesrecht niet geheel spoorde met de gevoelens die leefden bij nabestaanden. De VOVK heeft derhalve afstand genomen van het advies vervat in de internetconsultatie en dit bij diverse partijen kenbaar gemaakt.

 

Na de start van het overkoepelingsorgaan van de drie lotgenotenorganisaties, de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG) heeft het FNG bestuur haar standpunt bepaald over het wetsvoorstel tav verbetering spreekrecht. De internetconsultatie was echter al gesloten en kon dit standpunt niet formeel in de internetconsultatie mee genomen worden. Het standpunt van de FNG behelst dat er geen steun is voor adviesrecht. Dit standpunt is o.a. kenbaar gemaakt aan partijen als het OM, het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris.

 

Om bovenstaande reden wil ik u verzoeken het FNG standpunt als het enige standpunt van de lotgenotenorganisaties te beschouwen en het VOVK standpunt te negeren. Ik stel het op prijs als u dit bericht met bijlage onder de aandacht brengt van alle leden van de vaste Kamercommissie Veiligheid en Justitie.

 

Met vriendelijke groet,

 

J. van Kleeff

Voorzitter Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers

 

 

 

Het officiële advies van de FNG aan de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie.

 

Onderwerp: Advies wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in het strafproces.

 

Het standpunt dat de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG) ten aanzien van genoemd wetsvoorstel heeft ingenomen is eind 2013 besproken met Fonds Slachtofferhulp en met het Openbaar Ministerie (bij monde van C.J. Glorie, beleidsmedewerker van het College van Procureurs-Generaal) en door deze partijen meegenomen in het advies dat zij vervolgens aan de staatssecretaris hebben uitgebracht.

Het standpunt van de FNG laat zich als volgt beschrijven:

Nabestaanden van geweldslachtoffers hechten er aan dat de uitoefening van het spreekrecht erkenning voor hun situatie oplevert en dat zij serieus worden genomen. Uitoefening van het spreekrecht draagt in belangrijke mate bij aan de verwerking van de gevolgen (rouwverwerking) van een geweldsmisdrijf waar nabestaanden onvrijwillig mee zijn geconfronteerd. De mogelijkheid om hier over te vertellen en gehoord te worden door zowel de dader(s) als de rechters, zijn de belangrijkste reden om van het spreekrecht gebruik te maken.

Het wetsvoorstel spreekt van het toevoegen van adviesrecht, naast het spreekrecht. Nabestaanden kunnen aan de rechtbank hun opvatting geven over bewijs, kwalificatie van het strafbare feit, de schuldvraag en de straftoemeting. Het gevolg van de toekenning van het adviesrecht is dat naar aanleiding van het uitgebrachte advies, de verdediging van de verdachte gebruik kan maken van haar ondervragingsrecht en de nabestaande onder ede kan ondervragen. De nabestaande is dan geen procesdeelnemer meer maar is feitelijk procespartij geworden met als gevolg dat de rechter de nabestaande minder in bescherming kan nemen dan wanneer slechts sprake is van procesdeelname. Navraag bij leden van de lotgenotenorganisaties leert dan het overgrote merendeel huiverig is om door de verdachte of diens raadsman te worden ondervraagd en geven aan dat zij van het adviesrecht geen gebruik zouden hebben gemaakt. Wel is er hen veel aan gelegen om iets te zeggen over welke straf op zijn plaats zou zijn en om in het vonnis van de rechtbank de elementen van de verklaring van hen terug te vinden.

De aanvulling van het spreekrecht door middel van adviesrecht, verandert echter niets aan het bestaande spreekrecht. De FNG pleit er voor dat in plaats van introductie van adviesrecht, het huidige spreekrecht wordt uitgebreid en dat nabestaanden vrijuit kunnen spreken over het geweldsmisdrijf, over hun gevoelens of gedachten ten aanzien van de verdachte, welke gevolgen het misdrijf teweeg heeft gebracht en over de wijze waarop nabestaanden opsporing van de strafbare feiten en de daarop volgende strafvervolging hebben ervaren. Nabestaanden dienen zich ook uit te kunnen spreken welke straf in hun beleving op zijn plaats zou zijn. Daarnaast zou er motiveringsplicht voor de rechter moeten komen om zeker te stellen dat nabestaanden zich gehoord weten.

 

FNG, 1 maart 2014

J. van Kleeff