Prima dat internet geen misdaden vergeet

18 mei 2015

Prima dat internet geen misdaden vergeet

Ineke Sybesma − 14/05/15, 18:53
 
 
 
 
 
© anp. 'Maatschappelijke acceptatie van een veroordeelde kan alleen na een mea maxima culpa.'

opinie Het is in het publiek belang dat gegevens over misdrijven op internet bewaard blijven, zegt Ineke Sybesma van Slachtofferhulp. Zowel dader als slachtoffer heeft er baat bij.

  •  
    De rechter onderkent dat het algemene publiek een groot belang heeft bij toegang tot informatie over ernstige delicten

Burgers hebben volgens het Europees Hof het 'recht om vergeten te worden'. Zoekmachines moeten zoekresultaten die schadelijk of niet meer relevant zijn, in sommige gevallen verwijderen. Bij Google kun je via een online vergeet-mij-formulier zo'n verwijderingsverzoek indienen.

Een goede zaak, zou je denken. Maar niet altijd. Dat blijkt uit een kort geding dat onlangs werd aangespannen tegen de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers (FNG), en meer in het bijzonder tegen de voorzitter van die federatie. Zijn dochter werd zes jaar geleden vermoord door haar partner. Deze dader, we noemen hem E., kreeg een gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging, maar hij komt binnenkort voorwaardelijk op vrije voeten. E. diende een vergeet-mij-verzoek in en dat werd door Google goedgekeurd.

Om andere nabestaanden te waarschuwen voor deze ontwikkeling, plaatste de FNG het verzoek van E. aan Google als voorbeeld op haar site. Daarop schakelde E. een advocaat in, die eiste dat zijn naam van de site zou worden verwijderd. De advocaat deed hierbij een beroep op het recht op bescherming van persoonsgegevens. Hij betoogde dat de FNG de goede naam en eer van E. in ernstige mate schond en dat dit zijn kansen op een baan in de weg stond.

In het krijt
Vorige week vrijdag oordeelde de rechter in Groningen dat de naam van E. niet van de site verwijderd hoeft te worden. In het vonnis stelt de rechter onder meer dat inzicht in het verwerpelijke karakter van zijn daad, en het besef bij de samenleving en bij de nabestaanden in het krijt te staan, van belang is bij de beoordeling of een dader vergeten mag worden. Volgens de rechter ontbrak het hieraan bij E. Bovendien onderkent de rechter dat het algemene publiek een groot belang heeft bij toegang tot informatie over ernstige delicten. En dus ook over de daad van E. en de strafrechtelijke gevolgen.

  •  
    De samenleving nam een onomkeerbaar voorschot op het oordeel van de rechter

Het staat buiten kijf dat daders die hun straf hebben uitgezeten het recht hebben opnieuw te beginnen en iets goeds van hun leven te maken. Dat hun daden via het internet eenvoudiger en langer te achterhalen zijn, lijkt daarvoor een belemmering. 

Rondom het kort geding in Groningen werden binnen enkele uren zoveel sociale-mediaberichten verspreid, met de volledige naam van E., gekoppeld aan de moord waarvoor hij werd veroordeeld, dat verhulling voor altijd onmogelijk werd. De samenleving nam daarmee een onomkeerbaar voorschot op het oordeel van de rechter. De poging van E. om via de nabestaanden zijn verleden uit te gummen, werd neergesabeld.

Het voor iedereen publieke verleden is echter wellicht geen verlies, maar winst.

Schuldbewust
De rechter heeft met zijn uitspraak een richtlijn uitgestippeld voor de enige manier waarop daders succesvol kunnen terugkeren in de samenleving. Namelijk met een mea maxima culpa: een volledig en maximaal besef van schuld en erkenning van hetgeen men heeft aangericht. Pas dan wordt maatschappelijke acceptatie en participatie weer mogelijk.

Een schuldbewuste dader die werkgevers met open vizier tegemoet treedt en om kansen vraagt, die eerlijk is tegenover een toekomstige partner en diens vertrouwen vraagt, is uiteindelijk beter af.

Laat nu precies die erkenning en dat schuldbesef cruciaal zijn voor nabestaanden, om ondanks het gemis door te gaan met hun leven.

Ineke Sybesma: directeur van het Fonds Slachtofferhulp