Jan Camps kijkt ook vooruit

30 juli 2014

Toekomst bijeenkomsten VOVK

Enige tijd geleden heb ik een analyse geschreven over mijn vrijwilligers tijd bij de VOVK

Naar aanleiding daarvan kreeg ik het verzoek om een visie te geven over de toekomst van de bijeenkomsten van de VOVK in Leusden. Toen de VOVK in 1995 werd opgericht was er voor nabestaanden geen adequate opvang. Het was een nieuw fenomeen in de samenleving, kinderen die werden vermoord. En dit nieuwe fenomeen bracht weer andere nieuwe problematiek met zich mee.

In de tussenliggende jaren hebben de lobby 's , met name van de besturen en de werkgroepen van de VOVK , hun vruchten afgeworpen  en ontstond er begrip en aandacht voor deze nieuwe problematiek bij politie / justitie en Slachtoffer Hulp Nederland.

Ook de politiek ging zich realiseren dat er een scheefgroei was ontstaan in de positie van slachtoffer/nabestaande en dader. De positie van de dader was riant in vergelijk met die van slachtoffer of nabestaande. Tevens ontstond er in de samenleving een tendens waarin steeds minder begrip was voor de riante positie van de  dader en dat de positie van slachtoffer en nabestaande daar ver bij achterbleef.  

 

Er ontstonden lotgenoten groepen van ouders waarvan een kind door moord om het leven was gekomen.

Deze groepen hadden toentertijd een belangrijke functie om het verdriet, de woede , het gevoel van rechtsongelijkheid te delen. Dit omdat  na verloop van tijd in de samenleving een tendens ontstond dat het maar eens over moest zijn met het verdriet.

Er was , en nog soms , geen erkenning voor het feit dat ouders waarvan een kind door moord om het leven was gekomen in een rouw terecht zijn gekomen dat niet te vergelijken is met andere vormen van rouw ten gevolge van het overlijden van een kind.

Mensen die dit was overkomen stonden alleen en daarom waren lotgenoten groepen zo belangrijk omdat men daar begrip ervoer.

Vandaag de dag is veel bereikt voor de positie van nabestaanden , met name voor ouders waarvan een kind door moord om het leven is gekomen.

Besturen van de diverse lotgenotengroepen gaan in federatief verband verder met onderhouden

van de bestaande contacten met politie en justitie en SHN.

Wat opvalt is dat er binnen de lotgenoten een verschuiving gaande is.

We kunnen spreken van lotgenoten voordat er een betere rechtspositie was en de groep erna.

Kort gezegd de groep die bestaat uit leden van het eerste uur, en  uit  leden die zich de laatste 5 jaar

 aansloten.

Dit zie je terug in de opkomst op de reguliere bijeenkomsten in Leusden.

Daar kom je naast de bestuursleden steeds de ouderen tegen en soms , als het onderwerp van een bijeenkomst daar aanleiding toe geeft, de jongeren.

De belangen van de twee groepen liggen anders en de leden komen ook uit een andere periode in de samenleving.

Daar komt bij dat de individualisering van de samenleving maakt dat mensen zich minder thuis voelen in groepsverband en dikwijls de noodzaak niet voelen.

De afgelopen jaren zijn alle items, die van belang waren voor lotgenoten , besproken op bijeenkomsten. Wat nu aan de hand is , is dat besturen in herhaling dreigen te vervallen met het aantrekkelijk maken van de bijeenkomsten en dat trekt geen volle zalen.

Hoe nu verder.

Voorkomen moet worden dat de oudste leden  hun vertrouwde en veilige plaats verliezen.

Zij komen uit een andere generatie en hebben behoefte aan deze ontmoetingen.

Ik denk dat het niet anders kan en dat de bijeenkomsten in Leusden toch in een behoefte voorzien, hoe laag de opkomst ook is.

De familiedag en de herdenkingsdag in december zijn de dagen waar alle lotgenoten belang aan hechten.

Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit.

Jan Camps