Henk Arends, Nicolette Beekenkamp, Judith Beelen, Nadine Beemsterboer, Jeffery Berends, Peter de Boer, Bert Bons, Fred Boon, Patricia Bouwens, Fabian Brands, Dario Britvec, Barry van Buerik, Anja van der Burgt, Monique Cabenda, Gonda Drent, Bart van Dijck, Jesse Dingemans, Alfredo E.K, Alide van Eerten, Bram van Embden, Marjoke Filippo, Mariëlla de Geus, Martine Haan, Huub van Haren, Rick Haster, Eline Hellemons, Shirley Hereijgers, Jolanda Horvers, Marcello Jansen, Sybine Jansons, Barbra de Jong, Pascal Keijzer, Simone van Kleeff, Minke en John Kleimeer, Joes Kloppenburg, Marlies van der Kouwe, Maaike Kuiper, Bas de Lang, Ronald Leegwater, Lorraine, Judith Lute, Suzanne Martens, Bert Meester, Daniël van der Meulen, Rebecca Muller, Hester van Nierop, Facco Nieuwenhuis, Joanne Noordink, Felicita Oostdam, Caroline Pino, Bart Postma, Richard van der Putten, Dick Reintjens, Wendy Roet, Pieter-Jorn Roorda, Alan Roos, Sjoerd Rutten, Linda Rijsbergen, Helen Saarloos, Patty Sablerolle, Brenda Searle, Floris Sebregts, Janine Smeets, Sabrina Smit, Kamiel Snaphaan, Cornelis Speksnijder, Bas Stoker, Katja Suringa, Tanja Tijssen, Nadia van de Ven, Silvia Voss, Rik Vrolijk, Jeroen van Wamel, Johnny van Wanrooij, Guilermo Wendel Olymph, Ellis Windhorst, Marcia Wijnen, Wouter IJspelder, Han Zantinge, Angela Zwaan.

Verslag bezoek Balkenende
 

Minister-president Jan Peter Balkenende bezocht de VOVK op 11 november.
\

Minister president BalkenendeHet was druk! Zo druk dat we op onze normale locatie niet pasten en uit moesten wijken naar het naastgelegen restaurant.

In vier groepen stonden we de minister-president te woord, ieder met een speciaal aandachtspunt naast de gezamenlijke problemen. Als aandachtspunten hadden we: problemen vanaf de moord tot en met de rechtsgang, de problemen die hierna ontstaan, problemen die je tegen komt als je kind in het buitenland is vermoord en de problemen die je hebt als grootouders met Jeugdzorg. Naast de ouders waren er ook een aantal broers en zussen mee.
We werden bijgestaan met het begeleiden van de gesprekken door Ineke Sybesma en Carlo Contino van het Fonds Slachtofferhulp en door Jaap Smit van Slachtofferhulp Nederland.

Sophia Kammeijer verwelkomde de minister-president en benadrukte nog eens dat ze blij was dat de vraag voor een gesprek met de lotgenoten van hem uitgegaan was (zie welkomstwoord). De heer Balkenende nam het woord en begon te vertellen dat hij dit soort bezoeken bijzonder op prijs stelt. Want ja, een debat, een heftig debat, blijft altijd een woordenwisseling en er komt altijd weer een volgend debat. Terwijl dit dieper gaat. Deze ervaring blijft. ‘Ik kijk naar u en ik besef dat u allen levenslang heeft. Het leven wordt nooit meer hetzelfde. Dit gemis, tegen alles in, is zo dierbaar... Ik heb één kind, als haar iets overkomt, ik zou me geen raad weten. Alles valt in het niets met wat u is overkomen. Er zijn natuurlijk meer ernstige problemen waar we mee geconfronteerd worden, neem Afganistan, Irak, of de Tsunami. We sluiten daar niet onze ogen voor. We moeten weten wat er leeft in de samenleving. We moeten zien hoe dan ook de procedure is om hiermee om te gaan. Wat krijg je te horen, wie valt er tussen wal en schip in uw geval: hoe is strafrecht geregeld, hoe zit het met de financiën , hoe werken de casemanagers, het onbegrip vanuit de maatschappij en de angst als de dader terug keert'.

Hierna volgen enkele impressies van de verschillende groepen die we rond de aandachtspunten hadden gevormd.

De groep met extra aandacht voor de problematiek na de straf

Premier Balkenende kwam, samen met twee medewerkers, als eerste in onze groep op bezoek.
Hij raakte zichtbaar aangedaan door de persoonlijke verhalen van de lotgenoten.
Hij en zijn medewerkers maakten aantekeningen aangaande opmerkingen en kritiek die lotgenoten hadden betreffende situaties waar tegen aangelopen werd nadat de dader zijn straf opgelegd had gekregen.
Na een half uur ging de premier naar een andere groep lotgenoten.
Zijn aanwezigheid in onze groep werd door mij als weldadig en zeer betrokken ervaren.

Onze volgende gast in onze groep was Jaap Smit van Slachtofferhulp Nederland
Hij noteerde een aantal aandachtspunten waarbij o.a: alsnog aandacht van case managers voor lotgenoten (voor zover deze daar behoefte aan hebben) wanneer hun kind al langer geleden om het leven is gebracht.
Jaap Smit stelde zich zeer luisterend en betrokken op.

Ineke Sybesma van Fonds Slachtofferhulp was onze laatste gast.
Zij gaf uitleg over de doeleinden van dit fonds en beantwoordde vragen.
Zij toonde zich eveneens zeer betrokken.
Terugkijkend denk ik dat ik namens alle groepsleden spreek als ik concludeer dat het een zeer geslaagde bijeenkomst is geweest.
Jelle Naber, Vrijwilliger-begeleider lotgenotengroep

De groep met extra aandacht voor de rechtsgang

Het volgende verslag is opgetekend door Jan Camps bij de groep Rechtsgang en andere verhalen.

Dhr. Balkenende is op eigen verzoek naar de VOVK gekomen en dat heeft dit bezoek een extra dimensie gegeven.
De indrukwekkende verhalen hebben dhr. Balkenende zichtbaar getroffen hetgeen zicht- en voelbaar was in zijn afsluitend woord van dank.

De volgende onderwerpen werden nadrukkelijk besproken en verdienen verder te worden uitgewerkt.- De strafmaat staat totaal niet in verhouding met datgene wat door de dader is aangericht.
- Indien er sprake is van 2 moorden, gaat het Openbaar Ministerie uit van 1½ moord.
Dit is volstrekt oninvoelbaar voor nabestaanden , geeft onnodige ernstige kwetsing en geeft het gevoel dat een mensenleven waardeloos is.
- Het is ongehoord dat een dader de cassatie in vrijheid mag afwachten. De dader heeft de draad van zijn leven weer opgepakt en leeft alsof er niets is gebeurd. Nabestaanden komen hem tegen in de samenleving. Een en ander tast het rechtsgevoel ernstig aan en geeft nabestaanden een gevoel van onveiligheid. Tegelijk is het een schoffering van het slachtoffer (lees kind, broer, zus, kleinkind).
- Er is geen uniformiteit binnen de rechtbanken met betrekking tot het spreekrecht.
Er zijn rechtbanken die zich rigide houden aan het protocol en daardoor onvoldoende laten merken dat zij begaan zijn met het lot van nabestaanden. Het protocol moet worden aangepast , in dien zin, dat meerdere nabestaanden het recht tot spreekrecht krijgen. Verder is het zeer wenselijk dat , in geval van moord, minderjarigen ( in ieder geval vanaf 16-jaar) toegang krijgen tot de rechtszitting en ook in aanmerking komen voor het spreekrecht. Het protocol laat dit niet toe, maar voor de erkenning van het zijn van nabestaande is het van cruciaal belang dat 16-jarigen spreekrecht moeten krijgen. Er is hun immers een dierbaar gezinslid ontnomen en uit onderzoek blijkt dat de rouwverwerking bij broers en zussen anders is dan bij ouders- of grootouders.
- Er is sprake van rechtsongelijkheid , in die zin , dat de verdachte/dader alle rechtsbescherming krijgt die hij nodig heeft. Het is zeer wenselijk dat nabestaanden recht krijgen op de toewijzing van een advocaat.
- De informatie aan nabestaanden , met betrekking tot de gang van zaken rond de rechtsgang en uitvoering van TBS , laat nog steeds te wensen over. Ook is er ongenoegen over het feit dan binnen de TBS de dader patiënt is. Dit geeft het gevoel dat de straf niet ten uitvoer is gebracht. Vanuit de TBS is er onvoldoende , soms geen , gevoel voor het onrecht dat nabestaanden is toegebracht. Nabestaanden leven constant met een gevoel van onveiligheid , zeker als blijkt dat de dader weer in de buurt is als gevolg van bijvoorbeeld proefverlof.
- De samenwerking en uitlevering van gegevens omtrent het gedrag van de dader, voorafgaande aan het plegen van een levensdelict, tussen diverse instanties zoals GGZ , Jeugdzorg , Politie en Justitie laat zwaar te wensen over. Men werkt volledig langs elkaar waardoor signalen van een mogelijke ontsporing niet worden gezien en er preventief niet kan worden ingegrepen.
- Het is zeer wenselijk dat het begrip zwijgrecht geschrapt gaat worden. Dat de dader zich daarop kan en mag beroepen , dikwijls daartoe aangezet door zijn/haar advocaat ,
is enorm kwetsend voor nabestaanden.
- Met betrekking tot het toewijzen van de voeging door de rechtbank het volgende.
Tot op heden moet de dader maandelijks een bedrag betalen aan de nabestaanden om op die manier zijn schuld te voldoen. Maandelijks krijgen nabestaanden , jaren lang , een klein bedrag overgemaakt op hun bankrekening.
Bij de Eerste Kamer ligt een wetsontwerp ter goedkeuring waardoor het Justitieel Incasso Bureau het schadebedrag na toewijzing in zijn geheel aan de nabestaanden kan uitkeren en het schadebedrag gaat verhalen op de dader. Dit geeft nabestaanden de kans om afstand te nemen van de dader. Het is zeer wenselijk dat dit wetsontwerp snel door de Eerste Kamer gaat worden aangenomen.
- Er blijkt nog steeds een hiaat te zijn in de samenwerking met de politie en Slachtofferhulp Nederland. Het is zeer wenselijk dat daar verandering in komt zodat SHN snel ingezet kan worden.
- Hoewel dit buiten de competentie valt van de politiek, is er veel en terechte kritiek op het ethisch handelen van leden van de advocatuur. Door het gebruikmaken van juridisch - technische trucjes kan bereikt worden dat de straf omlaag gaat. Dit is een klap in het gezicht van nabestaanden en brengt schade toe aan de betrouwbaarheid van de advocatuur.
Jan Camps, gespreksleider

De groep met extra aandacht voor grootouders

In de groep die als thema ‘grootouders' had meegekregen, waren slechts enkele grootouders aanwezig. Derhalve is ook over andere onderwerpen gesproken.

In eerste instantie schoof Jaap Smit bij ons aan. Als directeur van Slachtofferhulp Nederland maakte hij duidelijk dat er sinds de komst van de casemanagers ontzettend veel in kwalitatief opzicht verbeterd is rondom de opvang van ouders van vermoorde kinderen. Enkele ouders aan tafel, wier kind recent is vermoord konden dit betoog van Jaap bevestigen. Er ontstond een discussie wat Slachtofferhulp Nederland eigenlijk kan doen voor de ouders wiens kind al veel langer geleden vermoord is. Ook deze ouders lopen nog dagelijks tegen problemen aan, bijvoorbeeld op momenten dat een dader vrijkomt of met verlof mag. Deze ouders hebben geen idee bij wie ze aan kunnen kloppen. Jaap gaf aan bekend te zijn met deze problematiek, doch op dit moment daarvoor geen oplossing te zien, vanwege gebrek aan middelen en mogelijkheden. Opvallend genoeg bleek later op de ochtend dat één van de medewerkers van Balkenende vertelde dat vanaf 1 juni jl. de casemanagers ook ingezet konden worden voor oudere zaken. Buiten de groep om is dit nog even kort besproken met Jaap. Hij vertelde dat dit vanuit Den Haag wel geroepen kon worden, maar dat de praktijk helaas toch echt anders was. Wel beloofde hij daarover in overleg te treden om duidelijkheid te krijgen.

Ineke Sybesma van het Fonds Slachtofferhulp Nederland vroeg vooral aan de groep ouders waar zij behoefte aan hadden en hebben. Duidelijk werd dat veel ouders erg tevreden zijn met de VOVK. Zij vonden het aantal bijeenkomsten voldoende en benadrukte dat het vooral zo heerlijk was om elkaar binnen de VOVK weer te zien en te ontmoeten. Met name omdat iedereen direct begrijpt waar je het over hebt. Geen van de groepsleden had het idee dat de VOVK meer zou moeten doen.

Toen Carlo Contino (Fond Slachtofferhulp Nederland) bij ons aanschoof ontspon zich een discussie rondom de schandalig hoge kosten van het inhuren van een advocaat. Daders krijgen vaak pro deo advocaten toegewezen, terwijl ouders worden geconfronteerd met hoge rekeningen van advocaten die zij moeten inhuren om hun zaak te bepleiten. Carlo maakte duidelijk dat het fonds geen individuen steunt, maar uitsluitend organisaties. In het verlengde daarvan bespraken we de mogelijkheid om te onderzoeken of er een stichting is op te richten van advocaten die ondersteuning zouden willen bieden aan slachtoffers van zware geweldsmisdrijven. Die Stichting zou dan bijvoorbeeld gesubsidieerd kunnen worden vanuit het fonds Slachtofferhulp Nederland. Carlo beloofde eens een rondje langs de diverse advocatenkantoren te maken, om te onderzoeken of deze bereid waren daar energie in te steken. De ouders waren daarover niet zo hoopvol gestemd, maar Carlo vond het idee interessant genoeg om het toch te gaan onderzoeken.

Tot slot schoof Jan-Peter Balkenende aan. Over de specifieke problemen waarmee je te maken krijgt als grootouder werd in deze ronde het meeste gesproken. Zo werd duidelijk dat je als grootouder vooral tegen Bureau Jeugdzorg moet opboksen. Bureau Jeugdzorg is totaal niet in staat om adequaat te acteren in situaties waar de (groot)ouders van vermoorde kinderen mee te maken krijgen. Ook blijkt er nauwelijks constructief overleg mogelijk te zijn. Om nog maar te zwijgen over de problemen die zich aandienden rondom omgangsregeling tussen kleinkinderen en dader. De heer Balkenende nam hier serieus notitie van en greep een aantal keren driftig naar zijn notitieboekje. Hij nodigde ouders uit om na afloop zijn secondanten nog nader te informeren, dan wel om hem nog een bericht na te sturen.

De ontwrichting van het persoonlijke leven die de moord van je kind met zich meebrengt was de heer Balkeneinde uiteraard al lang duidelijk geworden toen hij aan onze tafel verscheen. Toen een van de ouders daar geëmotioneerd zijn verhaal over deed, was de heer Balkenende zichtbaar ontdaan en ontroerd zijn. Hij wist op een medemenselijke en warme manier een woord van troost te spreken die velen aan tafel ontroerde. Diep geraakt werd het gesprek beëindigd en luisterden we allen bijna ademloos naar de woorden van begrip en medeleven die onze premier tot ons sprak: "U maakt het ergste mee, dat een mens kan meemaken."
Anja van Wingerden

De groep met extra aandacht voor de problematiek bij moord in het buitenland

Als schrijver van dit stukje zat ik aan de tafel met de mensen waarbij hun kind was vermoord in het buitenland. De heer Balkenende kwam bij ons aan tafel en hoorde deze extra problematiek aan.
Is de moord in het buitenland gebeurd, dan val je ineens buiten alle gangbare regelingen. In Nederland helpt de politie met Slachtofferhulp Nederland je op weg, je hebt recht op identificatie en informatie. Kom je bijvoorbeeld met een Spaanssprekend land in aanraking, dan zit je met het vertalen van alle informatie die binnenkomt. En kijk eens naar de juridische ondersteuning. Hier in Nederland heb je dan nu de casemanagers, maar niet in het buitenland. Tenminste nu nog niet, dat komt binnenkort gelukkig wel van de grond.

Tegenwoordig heb je wel al veel betere communicatiemogelijkheden vanwege de sterk verbeterende technieken. DNA sporen natrekken behoort nu ook in het buitenland tot de mogelijkheden. Maar er moet wel gecontroleerd worden of het gebeurt!

Een andere misstand die boven kwam drijven in onze groep: een van onze kinderen is vermoord op Bonaire, Alles op Bonaire is Nederlands gericht. Nederlandse paspoorten, Nederlandse justitie, de studenten krijgen Nederlands studiefinanciering. Maar het Schadefonds wil niet uitkeren omdat de moord niet in Nederland is gebeurd... Daar moet dus even naar gekeken worden, want dat is te gek voor woorden!

Ook komt aan bod de tegemoetkoming voor nabestaanden. Als je dat vergelijkt met wat er voor de daders wordt gedaan, dan komen nabestaanden er toch maar behoorlijk bekaaid van af. Dat terwijl de slag die hen overkwam ze ook op kosten jaagt. Zeker natuurlijk als je kind in het buitenland is vermoord en je je gesteld staat voor de reis naar het buitenland om het kind bij vermissing te gaan zoeken. Het huren van detectives. Maar ook naderhand, het verlies van je werk, omdat je het niet meer aan kunt. Of het betalen van goede psychologische hulp.
Al dit soort punten worden genoteerd en worden nagetrokken bij de ministeries van Algemene zaken en Buitenlandse Zaken.

Dat het ook in ons land niet altijd goed gaat, blijkt wel uit het volgende verhaal. De dochter was vermist. De locale politie gaf aan dat er iets niet in de haak was na de huiszoeking bij haar. Dat ze ernstige verdenkingen hadden. Drie keer heeft de lokale politie geprobeerd het onderzoek naar een hoger plan te brengen. Toch duurde het nog ruim drie maanden voordat ze haar vonden, begraven in de tuin van de verdachte. Intussen waren de sporen van de verdachte verdwenen...

Een van de broers eindigde met de woorden: ‘mijn lieve zusje ben ik kwijt, mijn toekomst is kapot...'

De minister-president drukte ons op het hart dat we alle vragen die nog na het gesprek zouden rijzen, alsnog konden mailen.

Het was een bijzondere ochtend. De mensen die ik naderhand sprak waren allemaal tevreden. Soms was het lastig elkaar te verstaan, dat moeten we een volgende keer net weer iets anders aanpakken. Maar het gesprek met minister president Jan Peter Balkenende verliep voortreffelijk.
Arsène van Nierop