BIJEENKOMST IN LEUSDEN 20-6-2008 met prof.mr. Pieter van Vollenhoven
Op 20 juni bezocht prof.mr. Pieter van Vollenhoven onze vereniging. Het werd een bijzondere ontmoeting.Om zoveel mogelijk met de heer Van Vollenhoven te kunnen bespreken waren de lotgenoten in drie groepen verdeeld: in één groep werd gepraat over de gevolgen die vrijlating van de dader heeft op de nabestaanden; één groep die problemen had omdat hun kind in het buitenland overleed en één groep met problemen die om de hoek komen kijken wanneer de dader de vader is van de kleinkinderen van de nabestaanden. Uit het feit dat de gesprekken nogal uitliepen bleek duidelijk dat de heer Van Vollenhove zeer onder de indruk was van de verhalen die hij van ons hoorde. Carlo Contino van Fonds Slachtofferhulp, Joep van de Geer en Jan Camps legden hun ervaringen neer.Ouders na vrijlating
De naamgeving gaf gelegenheid om heel nadrukkelijk de levenslange gevangenschap te schetsen waarin men terechtkomt als je kind, je broer of je zus door moord om het leven komt.De volgorde van de volgende items zegt niets over de belangrijkheid van het onderwerp, maar is een poging het verloop van dit bijzondere gesprek weer te geven.
Bedreigingen vanuit detentie
Bedreigingen die door instanties zeer serieus worden genomen, zo serieus dat je de boodschap krijgt jezelf te beveiligen zonder dat de overheid daar ook maar iets tegenover wil stellen. Het is een gijzeling waar je niet uitkomt en waarvan geen verlossing is. Je leven gaat letterlijk en figuurlijk kapot. De gijzeling begint al in de rechtszaal waar een verdachte gebruik mag maken van zwijgrecht, of moeten we spreken van zwijgplicht, opgelegd door de advocaat die de verdachte pro Deo krijgt toegewezen.Juridische bijstand
Het is haast niet in woorden te vatten hoe wrang het is dat je als nabestaande zelf moet zorgen voor juridische bijstand. Je mag van geluk spreken als je rechtsbijstandverzekering je ondersteuning geeft en dat je advocaat toegeeft nooit geweten te hebben wat het begrip nabestaande/slachtoffer wil zeggen. Je mag van geluk spreken als je een rechtbank treft (meestal vrouwelijke rechters) die blijk geeft van enig gevoel van medeleven en dat ook durft te verwoorden in de strafoplegging.Erger nog is het als je bij een Hof komt door het hoger beroep dat is aangespannen door de verdediging van de dader. Bij de rechtbank is je spreekrecht een toevoeging maar bij een Hof valt het in een bak met grind. Machteloosheid, angst dat is je recht als nabestaande van je kind, broer of zus die door moord om het leven kwam.
Strafvermindering
Het gemak, zo lijkt het, waarmee straffen lager worden als dit in het voordeel en in een resocialisatieprogramma past van de dader, doet enorme pijn en geeft een gevoel van respectloosheid en rechtsongelijkheid
Afspraken met reclassering
De afspraken die door de dader met de reclassering worden gemaakt blijken in de praktijk weinig voor te stellen. Na vrijlating kan de dader gewoon weer de draad van zijn of haar leven oppakken en krijgt alle mogelijke hulp om het trauma dat hij of zij over zichzelf heeft afgeroepen, ongedaan te maken.
Angst voor de dader
De angst dat de dader je het leven echt zal benemen is onverdraaglijk. Vanuit deze machteloosheid ontstaat agressie en je moet jezelf intomen en waken over je emoties. Ziekmakend is dit, je raakt opgebrand, je relatie loopt op de klippen, je verliest het contact met je kinderen. Kinderen kunnen hun ouders niet bereiken, je komt alleen te staan en je leven is zinloos geworden.
Ervaringen van de groep buitenland
Gelukkig is er de laatste jaren veel verbeterd, maar de positie van nabestaanden is nog altijd achtergesteld. Nabestaanden worden nog vaak niet als slachtoffer gezien, waardoor er ook geen gelijke rechten zijn (ondersteuning, schadevergoeding). In communicatie kunnen nabestaanden nog steeds benaderd worden met termen als ‘derden’ of ‘niet belanghebbenden’
De hoofdpunten die genoemd werden:
Identificatie
*Ouders willen zeker weten dat het ook daadwerkelijk hun kind is dat naar Nederland wordt gerepatrieerd. Ouders die hun kind zelf willen zien en identificeren wordt dit soms door de autoriteiten sterk afgeraden of gezegd dat het niet mogelijk is, terwijl dit meestal wel zou kunnen.
*De mogelijkheid bestaat om via DNA-test de identiteit aan te tonen. Deze mogelijkheid wordt ouders niet standaard aangeboden.
Informeren van de nabestaanden
Na een moord in het buitenland is het heel belangrijk dat de nabestaanden direct geïnformeerd worden (o.a. over het onderzoek en de rechtsgang) en niet constant zelf overal achter aan moeten zitten.
*Ook in Nederland worden nabestaanden slecht geïnformeerd over de datum van in vrijstelling van de dader, wanneer hij verlof krijgt of hoe de TBS regeling met verlof is. Terwijl bij TBS de informatieplicht wettelijk geregeld is, gaat dit toch nog vaak fout.
Vertaling documenten
Er is altijd veel papierwerk verbonden aan een moord in het buitenland, en alle documenten zijn in een vreemde taal en vaak zeer complex. Vertaling van de documenten moet nu, in een fase dat ouders net met het verlies geconfronteerd zijn, door ouders zelf geregeld en bekostigd worden. Het regelwerk en de onkosten zouden uit handen ouders genomen moeten worden.
Ondersteuning door een advocaat
In tegenstelling tot dader/verdachte hebben nabestaanden geen gratis advocaat. Juist in het buitenland is vaak voor alles een advocaat nodig (die de situatie ter plaatse goed kent).
Contactpersonen
*Overheidspersoneel (ambassade, consulaat, bij BuZa, OM, etc) moet weten hoe op een medemenselijke manier om te gaan met nabestaanden en hun situatie.
*Behoefte aan contactpersonen die op de hoogte zijn van de gewoontes en werkwijzen in betreffend land en die de nabestaanden daarover uitleg kunnen geven.
Door roulatiesysteem bij het ministerie van BuZa en ambassades gaan (dossier)kennis en opgebouwde band steeds verloren. *Nabestaanden zijn vaak afhankelijk van goede wil en kwaliteiten van de toevallige persoon waar zij mee in contact komen; goede hulp aan de nabestaanden is niet organisatorisch ingebed.
Vergoeding schade/onkosten
Zelfs binnen Europa heb je als ‘niet-inwoner’ geen recht op vergoedingen via allerlei regelingen die alleen voor mensen uit het eigen land gelden (ook in Nederland). Nabestaanden van iemand die in het buitenland is vermoord, vallen hierdoor altijd tussen wal en schip.
Ervaringen groep kleinkinderen/kinderen
Jeugdzorg
Bezoekregelingen worden afgedwongen in het belang van de vader (de dader van de moord op de moeder), waarbij het directe belang van de kinderen ondergeschikt lijkt. Er moet een enorme strijd worden gevoerd om rust te creëren rond de kinderen in zo’n situatie. Weinig echte aandacht voor de kinderen en veel (jonge) voogden. Tekortschietende jeugdzorg (acht maanden wachten op hulp, dreiging van moord, moord) probeert eigen straatje schoon te vegen en weigert fouten toe te geven.
Schadevergoeding
Nabestaanden ontvangen slechts vergoeding van begrafeniskosten, geen vergoeding van inkomstenderving. Dit geeft bij ondernemers en kleine zelfstandigen schrijnende situaties. De nieuwe terugbetalingsregeling geldt niet voor oude gevallen. Een verzoek van OM om geen deurwaarder te sturen in verband met de hogere kosten voor de dader is natuurlijk stuitend! De dader had huisraad van het slachtoffer meegenomen. Op advies van politie en OM is hiertegen niets ondernomen en moest gewacht worden op de uitspraak van de rechter. Daarna was alles verdwenen en bleken de nabestaanden verantwoordelijk voor de afbetaling van goederen die hoogst-waarschijnlijk in bezit van de dader zijn. Zie hier de noodzaak om de nabestaanden van de slachtoffers deskundig te begeleiden.
Beperktheid van het juridische begrip naasten.

Dit begint met een oproep om in de uitvoering oog te hebben voor de feitelijke naasten. De grootouders die geen bloedband hebben worden juridisch niet tot de familie gerekend, waardoor noch justitie, noch familie-rechercheur oog hebben voor feitelijke naasten van vermoorde kinderen. Dit voegt grote emotionele schade toe. Oproep om één loket voor nabestaanden te organiseren, dat op verschillende gebieden deskundig advies geeft. Dit betreft zowel juridische als financiële, als maatschappelijke hulpverlening. Uitbreiding van het casemanagement zou geweldig zijn. Binnen de vereniging zijn er meerdere ervaringen met professionele hulpverleners die zich niet bewust lijken te zijn van de trauma’s die door de procedures en ervaringen met justitie en dadergerichte cultuur opgeroepen worden. Er zou een centraal punt kunnen worden gecreëerd waar positieve en negatieve ervaringen met hulpverleners beschikbaar kan zijn. De heer Van Vollenhove vraagt zich af of de VOVK, indien voldoende toegerust, daar een rol in zou kunnen vervullen.
De media en journalistiek
Lotgenoten hebben regelmatig ervaren dat de media ze confronteert met de camera op emotioneel belastende momenten. Ook gebeurt het dat journalisten daders zonder correctie als bron voor hun journalistieke werk hanteren. De vraag is hoe je je daartegen kunt beschermen.
Conclusie
Tot een paar jaar geleden was de opvang van nabestaanden van een vermoord kind niet echt goed te noemen. Gelukkig is daar verandering ingekomen. Slachtofferhulp Nederland heeft sinds enige tijd casemanagers die je vakkundig ondersteunen. De politie is beter toegerust en heeft familierechercheurs die helpen bij de afwikkeling van de rechtsgang. Bovendien is er beter contact met het Openbaar Ministerie, er is spreekrecht.
Maar er is nog een wereld te winnen.
Dat is duidelijk overgekomen bij de genodigden die alle verhalen oprecht hebben beluisterd en de heer van Vollenhoven deed zeggen ‘het moet niet gekker worden’. Hij heeft duidelijk aangegeven dat hij goed geluisterd heeft. Het omzetten in effectief beleid zal tijd vergen, maar het gaat komen. In de contacten die het bestuur na deze middag had met het Fonds Slachtofferhulp bleek dat alle aanwezigen onder de indruk waren en geraakt. Ze zagen duidelijk het belang in van een lotgenotenvereniging, zoals de VOVK. Ze waren blij met de organisatie en onder de indruk van de manier waarop we onze punten hadden aangedragen. Ze ervoeren ook goed de heftigheid van wat er gebeurt als daders vrij komen of met verlof zijn. Ze vonden het positief dat we ook aangaven wat er verbeterd is in de loop der jaren. Het werd als eervol ervaren dat wij hen zo in vertrouwen hadden genomen. Ook onze veerkracht heeft indruk gemaakt. Het werd duidelijk dat het belangrijk is dat ouders elkaar bij staan. Nu bezint Fonds Slachtofferhulp zich over wat het voor ons kan doen. Er is voorgesteld om met het bestuur een langetermijnplanning te maken over de mogelijkheden waarop Fonds Slachtofferhulp ons tegemoet zou kunnen komen. Dit zal in september plaats gaan vinden. Natuurlijk weten we allemaal dat het zaken betreft die lange adem nodig hebben.
Maar waar een begin is, is hopelijk voortgang!